Kogellagers

Al in de Oudheid zocht men naar constructies om bij draaiende onderdelen minder wrijving te verkrijgen.
Zolang men nog gebruik maakte van de materialen steen en hout, had men nog weinig mogelijkheden. Met de komst van metalen en zelfs ‘hard metalen’ nam het aantal mogelijkheden snel toe.
Al spoedig kon men nu lagerconstructies maken waarbij één- of meerdere kogels een soort rollende wrijving opleverde.
Het gevolg was dan ook minder krachtverlies en dus een betere krachtoverbrenging.
In de loop der jaren verschenen er meerdere uitvoeringen van deze zogenoemde kogellagers.
We kunnen nu alvast twee groepen onderscheiden:

  1. de niet-afstelbare of ‘vaste’ lagers
  2. de afstelbare of nastelbare lagers

Bij de eerste soort heeft men vaak te maken met een zogenoemd één-rijig radiaal kogellager. Het woord zegt het al, er kunnen nu vrijwel alleen radiaalkrachten opgenomen worden (= loodrecht op de rotatielijn) Als goed voorbeeld, wat de krachtenverdeling betreft, zou hier een fietspedaallager dienen. Dat dit in de praktijk nooit gebruikt wordt heeft een aantal redenen.

Eén ervan is natuurlijk de prijs, maar tevens geldt dat dit radiaal kogellager niet nastelbaar is. Speling betekent in dit geval gewoon vervangen.

Bij de tweede groep, ook wel cup- en conuslagers genoemd, zal men de eventuele speling kunnen nastellen maar wat in dit geval misschien nog wel belangrijker is, deze lagers kunnen ook axiale krachten opnemen (=krachten in de lengterichting van het lager). Hierdoor zijn deze lagers heel geschikt voor verschillende ‘fietsconstructies’. Wat de productiekosten betreft zijn kogellagers redelijk goedkoop te maken.

Indien de krachten op de kogels en dus de kogelbanen zeer fors gaan worden (b.v. het onderste lager bij de stuurpen van mountainbikes tijdens ruw gebruik) dan kunnen de kogels ‘inslagputten’ geven in de loopbanen van het lager. De kogels hebben nu een hoge puntbelasting door hun geringe contactoppervlak (zoals de naaldhakdamesschoen op een parketvloer). Een groter oppervlak kan nu gerealiseerd worden door een rolton of zogenaamd kegellager. Deze duurdere lagers kunnen als radiaal-lager gefabriceerd worden en als conuslager. De ‘radiaal’-uitvoeringen kunnen heden ten dage zelfs dichtgeseald geleverd worden zodat ze geheel onderhoudsvrij zijn: er zit een vetvulling voor het leven in. De conische rollagers zijn dus weer nastelbaar en vereisen onderhoud. Bij de zgn. rol- of cilinderlagers kan men ook zelfs naaldlagers aantreffen waarbij de diameter van de rollen zeer gering is en de lengte van de rol tamelijk groot. Door de huidige hardingsmethoden in combinatie met zeer slijtvaste materialen hoeft men zich tegenwoordig geen zorgen meer te maken over de levensduur van de lageringen in onze fietsconstructies.

Ik wens U veel fietsplezier,

Jan van Rees