Vering

Al in de beginjaren van de fiets heeft men over dit onderwerp nagedacht. Als uitvoering kwam eerst de stalen bladveer onder het zadel of een combinatie van stalen veren. Later zijn deze constructies vrijwel verdwenen en moesten we ‘het’ maar doen met slechts twee schroefveren onder het zadeldek.
De laatste jaren hebben fietsfabrikanten zich meer toegelegd op de vering van de gehele fiets, waardoor de fietsframes danig moesten worden aangepast. De meest eenvoudige oplossing om een bestaande fiets comfortabeler te maken is het plaatsen van een verende zadelpen. Het zadel krijgt nu extra verende mogelijkheden, die aangepast kunnen worden aan het gewicht van de berijder/berijdster. Een eenvoudig veerverstelsysteem in de zadelpen is hiervoor verantwoordelijk. Het is niet zo dat deze zadelpen vele centimeters vering extra geeft, want dit zou de ‘kniebuiging’ te veel beïnvloeden. Nee, alleen extreme wegoneffenheden worden door deze verende zadelpen enigszins opgenomen.

De meest voor de hand liggende verbetering is de verende voorvork. Deze kan op verschillende manieren werken. Voor zeer zwaar mountainbikewerk wordt soms een zgn. silent-block toegepast: een soort verende kunststof die in verschillende hardheden te verkrijgen is .

Dan de zgn. telescoopvoorvork waarbij de ‘voorpoten’ als holle buizen in elkaar kunnen schuiven. Uiteraard is in het binnenwerk een schroefveer gemonteerd en de demping geschiedt vaak door olieverplaatsing in een afstelbaar blok. Bij de duurdere constructies komt men ook al luchtondersteuning tegen omdat vloeistof (hier olie) niet samendrukbaar is. Tevens heeft men nu de mogelijkheid om de fiets bij veel (vakantie)bagage eenvoudig aan te passen. Bij luchtvering heeft men tevens de voordelen van een zeer progressief systeem, te weten:

  1. Veel veerweg bij lichte belasting;
  2. bij zware belasting weinig veerweg zodat doorslaan wordt voorkomen.

Momenteel worden ook veel fietsen voorzien van verende achtervorken. De volgende problemen kunnen zich nu aandienen:

  • zeer dure constructieve aanpassinge;
  • veel scharnierende onderdelen met onderhoud;
  • veel variatie in zadelhoogte t.o.v. de trapas;
  • mogelijkheid van trapcadans (schommelende fietsbeweging veroorzaakt door traptempo);
  • instabiel rijgedrag

U begrijpt dat er nu vele constructies zijn ontwikkeld om enkele nadelen op te heffen of te verminderen.
Feit blijft dat er nu altijd een fors prijskaartje komt bij deze zgn. ‘full-suspension’-fiets.
Een ieder zal voor zichzelf moeten uitmaken hoeveel comfort men wenst en tegen welke prijs.

Jan van Rees