Bandenspanning

Belangrijk of niet? Het heeft in ieder geval invloed op de rolweerstand van de band, dus of we harder of minder hard moeten trappen voor een bepaalde fiets-snelheid. Ik zou dus zeggen wel degelijk belangrijk. Indien de bandenspanning duidelijk te laag is, krijgt men te maken met een grote vervorming van de band in dat stukje wegcontact. Hierdoor krijgen we niet alleen een instabiel fietsgedrag, maar ook een verhoogde rolweerstand.

Bij langdurig rijden met onderspanning, kunnen de koordlagen van de band beschadigd raken, maar kunnen ook de rubbersoorten aan de beide wielkanten van de band scheurvorming ontstaan. Bij het nemen van bochten kan zo’n onderspanning zelfs tot valpartijen leiden. U zult begrijpen, dat door de sterke vervormingen de bandslijtage snel zal toenemen.
Deze onderspanning heeft alleen voor de mountainbiker voordeel, en wel een betere tractie in zanderig en dus los terrein.

En wat bij te hoge spanning dan?
De vervormingen van de band zijn dan minimaal, dus zeer beslist een lagere rolweerstand. Verder een zeer stoterig gedrag van de fiets bij sterke oneffenheden van het wegdek. Wat sterkere band-slijtage in het middengedeelte van het loopvlak door het geringere contact-oppervlak van de band met de weg. Wel stabiel fiets-karakter.

Al met al hebben beide spanningsafwijkingen (te hard of te zacht) wat nadelen, vandaar dat de fabrikanten duidelijke richtlijnen geven om deze eerder genoemde nadelen zo minimaal mogelijk te laten zijn.

Dus bij bandenspanning volgens de aanbeveling van de fabriek krijgen we

  • een redelijke levensduur van de band
  • genoeg veercomfort
  • en een juist weggedrag.

Om de spanning in de band te meten hebben we een luchtdruk- of spanningsmeter nodig. Helaas is er geen zuivere meting mogelijk bij gebruik van een ouderwets ventielslangetje door afsluiting. Deze meetinstrumenten kunnen hun aanduidingen hebben in atmosfeer, bijv. in kg per vierkante cm. of in bar of in k.pascal of zelfs in Engelse ponden per vierkante inch.
Ontbreken de fabrieksgegevens op de zijkant van de band (b.v. door beschadiging) dan kan men in het algemeen de volgende waarden aanhouden voor de bandbreedten:

  • 25mm = 6 bar
  • 28 mm = 5,5 bar
  • 32 mm= 4,5bar
  • 37 mm =3,5 bar
  • 40 mm = 3 bar.

Voor sommige dunne racebandjes kan men de spanning soms zelfs verhogen tot wel 9bar. Houdt U er wel rekening mee, dat deze banddrukken sterk kunnen variëren als de temperatuur van de buitenlucht verandert. Dus zonder enig luchtverlies voelen de banden die ‘s zomers zijn opgepompt ‘s winters belangrijk zachter aan (en omgekeerd natuurlijk).

Ik wens U veel fietsplezier

Jan van Rees