Bowdenkabel als rem- of versnellingskabel

Bij het gebruik van de reeds lang bestaande “terugtraprem” zult u de zogenaamde bowdenkabels niet tegenkomen. Waar dan wel? Bij veel mechanische overbrengingen, zoals bij handremconstructies of derailleurschakelingen, die een flexibel karakter moeten hebben. Dit hoeft echter niet beslist de bowdenkabel te zijn.

In het verleden is er vaak een stangenstelsel toegepast als verbinding tussen een handremgreep en een trommelrem of velgrem. De beperking zat i8n de stuurbeweging (stuuruitslag). Hiervoor waren veel scharnierpunten nodig.

Bij de bowdenkabel heeft men deze beperking niet, wat later vooral een uitkomst bleek te zijn bij de vu toegepaste ‘snel’ verstelbare sturen. Als men nieuwe, universele kabels aanschaft, zijn er bij de binnenkabels twee verschillende, gesoldeerde nippels aangebracht:

  • peervormig
  • cylindrisch en
  • tonvormig.

In remhandgrepen worden verschillende uitvoeringsvormen gebruikt. De niet bruikbare nippel kan weggeknipt worden. Om rafelen van de kabel te voorkomen kan men het uiteinde licht vertinnen of solderen. Voor dit doel bestaan er ook ook speciale klembusje.

De nieuwe buitenkabel kan men op de gewenste lengte afknippen en aan de einden vlak slijpen met een slijpsteen of vijl. Let erop, dat de binnenkant van de buitenkabel goed rond is.

Voor een juiste montage dient men nu aan beide uiteinden van de buitenkabel ongeveer 5 mm van de buitenmantel af te halen. Hierover schuift men de kabelbusjes, zodat de later te plaatsen binnenkabel hier geen extra weerstand ondervindt. Controleer of de kabelspaninrichtingen zijn ingedraaid, zodat de kabel – als deze na gebruik wat is opgerekt – opgesteld kan worden. De binnenkabel wordt bijv. met kogellagervet gesmeerd en kan gemonteerd worden.
Bij velgremconstructies dient men de remhoeven (met remblokjes) bijna tegen het wiel te drukken (assistentie vragen of speciaal gereedschap gebruiken. Hierna kan de binnenkabel strak getrokken worden. Nu wordt de kabelklemnippel of klembout vastgezet. De overtollige lengte van de kabel kan afgeknipt worden (pas op voor rafelen). De rem is nu klaar voor gebruik, waarbij de binnenkabel de trekkracht opneemt, terwijl de buitenkabel de drukkracht verzorgt. Na enige rembewegingen zet de kabel uit. Daarna kan men de definitieve afstelling regelen door de stelschroef op de kabel te verdraaien en met de contramoer te borgen.

Omdat de binnenkabel enige schuifweerstand ondervindt bij de beweging, tracht men de kabels zo kort mogelijk te houden. Tegenwoordig treft men om deze reden (wrijving) nu zelfs hydraulische fietsremmen aan. Daarbij wordt de remkracht vrijwel wrijvingsloos overgebracht door vloeistofdruk.
Tja, wat kunnen we nog meer verwachten in de toekomst voo9r onze vertrouwde fiets?

Ik wens U veel fietsplezier,

Jan van Rees

Op Youtybe kun je een instructiefilmpje bekijken over het vervangen van remkabels