Cranks

Wat zijn eigenlijk de cranks van onze fiets?
Dat zijn de verbindingsstrippen, tussen de pedalen en de trapas. Wat kan je hierover nu vertellen, buiten de stelling, dat ze mechanisch zo sterk moeten zijn om de trapkracht van de fietser te kunnen weerstaan. Nu dat valt nog wel mee. Daar gaan we dan. Om te beginnen de materiaalkeuze.

Bij oudere fietsen, komt men nog de spie tegen op de trapas en kan men haast niet om de stalen uitvoering heen. bij moderne fietsen past men spieloze cranks toe [op vierkant aseinde] en komt men aluminium tegen of nog hoogwaardiger materialen. Het mag als bekend verondersteld worden dat de pedaalschroefdraad in de linker crank ook een linkse schroefdraad heeft.

Cranklengte.
Meestal meet deze van hartlijn pedaal tot hartlijn trapas 170 mm. Voor kinderfietsen zal deze maat aanmerkelijk minder zijn, terwijl bij sommige fietsen 180 mm wordt aangetroffen. Hiermee wordt ook de overbrenging van de fiets aangepast. Bij grote cranklengte krijgt men een groot moment op de trapas ( = kracht x armlengte). Het gevolg kan zijn dat het traptempo nu verlaagd kan worden omdat men met een groter trapmoment werkt [nu wel uitkijken met doortrappen in de bocht]. Met een wat kortere cranklengte kan men gemakkelijker een hoger traptempo aan. Nu hoeft men minder spierkracht te gebruiken, zodat de kans op blessures minder wordt. De rechter crank is vaak voorzien van aansluitingen op de voorste kettingwielen. Heel vaak is de trapas aan de rechterzijde van het frame dan ook iets langer, vooral als er met 3 kettingwielen op de trapas gewerkt gaat worden.

Als tip geef ik U het volgende mee:
Gaat U vooral, na een lange winterperiode, niet met een te laag traptempo fietsen [zwaar trappen ]. Als U voldoende versnellingen heeft, schakel dan terug, zover tot U ongeveer 90 omwentelingen maakt bij Uw fietssnelheid. De kans op spierblessures is nu minimaal. Als er al wat meer kilometers in de benen zitten, kan later dit traptempo wel wat naar beneden.

Lees meer over cranks en pedalen.

Ik wens U veel fietsplezier

Jan van Rees